
Ik zie er goed uit. Ik ben een échte vrouw. Lang glanzend donker haar dat keurig wordt onderhouden met een regelmatige verfbeurt, een sproetentoet met daarin sprankelende lichte ogen. Dunne eyeliner, 2000 Calorie Mascara voor een dramatische ‘look’ en uiteraard mijn favoriete lipstick Rouge Ambient van Yves Rocher. Soms een bril, soms lenzen, naar gelang mijn bui. Over mijn geraffineerde doch steun biedende bustehouder draag ik bij voorkeur een strak truitje waarin mijn cup G goed tot haar recht komt. Daaronder een rokje met hoge hakken, of een spijkerbroek met schoenen met een hakje. Een vleugje Chanel no. 5 maakt het geheel af.
Ik zie eruit als een vrouw én ik ben lesbisch. Vanaf mijn twintigste pas, trouwens. Helaas niet eerder. En dat komt doordat ik geen lesbische voorbeelden had. Natuurlijk waren er wel lesbische meiden en vrouwen in mijn omgeving, maar er was er geen een waar ik mezelf aan kon spiegelen. Als ik maar één lesbische vrouw had gekend die er uitzag als een vrouw, dan had ik op mijn vijftiende al geweten hoe bij mij de vork in de steel zat. En dan had ik zelfbewuster en op jongere leeftijd de zoete vruchten van het lesbisch bestaan kunnen proeven.
Nee, dan de types die ik wél tegenkwam. Stuk voor stuk vrouwen die zich verstopten in verhullende kleding. Of in herenkleding die juist dié rondingen accentueert, die voor een appetijtelijk resultaat beter verhuld hadden kunnen worden. Altijd kort haar liefst met een opgeschoren nek, geen make-up en als sieraad hoogstens een pinkring of een broche in de vorm van een roze driehoek. Als er al na enig speuren een vrouwelijke ronding onder een XXL-T-shirt viel te onderscheiden, dan sprong er *gruwel* steevast een slechtzittende bh in het oog. Zo’n bh die zelfs de meest pronte tietjes er als slappe hap doet uitzien.
Het meest opvallende aan dit type lesbo was nog wel het onnatuurlijke stemgebruik. Daar heb ik me vaak over verbaasd. Hebben heterovrouwen vaak de neiging om de stem omhoog te drukken om het andere geslacht te ‘pleasen’, menig proto-pot spreekt het liefst een kwart octaaf te laag. Kennelijk ook met de intentie om indruk te maken, maar op wie is mij in het geheel niet duidelijk.
Ik koesterde als puber adoraties voor aantrekkelijke heteroseksuele vrouwen. Rond mijn twintigste wist ik zeker dat ik lesbisch was, en stortte mij enthousiast in het uitgaansleven. Hier liep ik tegen vervelende vooroordelen aan. In het COC kreeg ik scheve blikken vanwege mijn voorliefde voor rokjes en pumps. De toegang tot de Trut is mij enkele keren ontzegd omdat ik hetero zou zijn. Het zal niemand verbazen dat ik mijn eerste grote liefde buiten de scene ben tegengekomen.
En toen, zo halverwege de jaren negentig, kwam er godzijdank een kentering in de uiterlijke norm voor lesbiennes. Het holebi jongerenblad Expreszo wijdde een artikel aan een nieuwe trend: de lipsticklesbienne. Doordat de vrouwelijke lesbienne er eindelijk óók mocht zijn, lieten deze dames steeds vaker hun gepoederde neus in de scene zien, wat het allemaal stukken gezelliger en vooral spannender maakte.
Ik snap tot op de dag van vandaag werkelijk niet dat vrouwen hun eigen vrouwelijkheid onderdrukken om erbij te kunnen horen in de lesbo scene. Dat ze zichzelf als het ware een mannelijke rol aanmeten om zich te onderscheiden van de heterovrouw. In zo’n stramien kun je toch nooit jezelf zijn? En het bewijs is mijns inziens wel geleverd. Het gros van de meiden dat zich vijftien jaar geleden een stoer uiterlijk aanmat om aan de toen geldende Amsterdamse lesbonorm te kunnen voldoen, heeft haar ware ikje teruggevonden. Eindelijk bevind ik me in een walhalla met aantrekkelijke dames die zich weten te kleden. Tot aan de kwaliteits-bh toe. Om te redden wat er nog te redden valt.
Ik benijd de meiden die nu hun coming out beleven, omdat ze op hun ontdekkingsreis in lesboland een kroeg als Saarein kunnen binnenstappen en daar échte vrouwen zullen tegenkomen, een onverhoopt verdwaalde zure pot daar gelaten. Deze jonge meiden kunnen zich spiegelen aan positieve voorbeelden en hoeven niet meer te twijfelen aan hun geaardheid omwille van hun vrouwelijkheid. En dat levert ze naast een groter zelfbewustzijn en zelfvertrouwen zomaar minimaal vijf jaar extra aan lust en liefde op.
Column – Roze Rijk